Wanneer een hond uitvalt naar andere honden, willen eigenaren vooral weten wat ze op dát moment moeten doen. Moet ik hem laten zitten? Afleiden met voer? Omdraaien? Contact vragen? Het zijn begrijpelijke vragen, maar ze beginnen allemaal bij het moment waarop het probleem al zichtbaar is. Zelf wil ik veel eerder beginnen. Want voordat ik wil weten hoe we het uitvallen stoppen, wil ik begrijpen waarom deze hond uitvalt.
Gedrag vertelt niet het hele verhaal
Blaffen, grommen en in de lijn hangen zijn gedragingen. Ze vertellen niet automatisch welke emotie of motivatie eronder zit. De ene hond probeert afstand te creëren omdat hij bang of onzeker is, terwijl een andere hond juist gefrustreerd raakt omdat hij naar de andere hond toe wil.
Daarbij speelt ook de toestand van de hond op dat moment een rol. Een hond die ontspannen aan een wandeling begint, kan misschien prima op twintig meter afstand langs een andere hond lopen. Diezelfde afstand kan op een andere dag te moeilijk zijn omdat hij al meerdere spannende situaties heeft meegemaakt, slecht heeft kunnen rusten of eerder die dag flink geschrokken is.
Waarom het gisteren wel lukte
Dat verklaart waarom gedrag soms zo wisselvallig lijkt. “Maar gisteren kon hij dit nog”, hoor ik regelmatig. Dat kan prima kloppen. Gisteren waren de omstandigheden misschien anders.
Stress en opwinding kunnen zich opstapelen. Daardoor kan een ontmoeting die normaal gesproken haalbaar is ineens de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Dat betekent niet dat een hond koppig is of dat alle training voor niets is geweest. Gedrag is nu eenmaal afhankelijk van context.
Management is geen mislukking
Natuurlijk kan training helpen. We kunnen een hond nieuwe vaardigheden leren en werken aan andere verwachtingen bij het zien van honden. Maar om te kunnen leren, moet een situatie wel behapbaar zijn.
Daarom is afstand nemen soms veel verstandiger dan koste wat kost willen oefenen. Een andere route kiezen, achter een auto wachten of een rustige wandelplek opzoeken is niet “voor het probleem weglopen”. Je voorkomt ermee dat je hond steeds opnieuw in situaties terechtkomt waarin hij het niet meer kan bolwerken.
Mijn doel is uiteindelijk niet alleen een hond die minder blaft. Ik wil dat de situatie daadwerkelijk makkelijker voor hem wordt. En daarvoor moeten we soms stoppen met uitsluitend kijken naar het gedrag dat ons stoort en ons afvragen wat de hond met dat gedrag probeert op te lossen.






Share: