Je ziet tijdens het wandelen in de verte een andere hond aankomen en eigenlijk weet je al hoe laat het is. Je hond heeft hem ook gezien. Zijn tempo verandert, zijn lichaam wordt stijver en je pakt automatisch de lijn iets korter. Misschien probeer je zijn aandacht te krijgen of houd je een brokje voor zijn neus. Dat lukt nog even, totdat de andere hond dichterbij komt en jouw hond alsnog uitvalt.
Blaffen, grommen en naar voren schieten zijn wat jij aan de buitenkant ziet. In het lichaam van je hond gebeurt op zo’n moment alleen veel meer.
Het brein heeft gevaar gesignaleerd
Wanneer het brein van je hond een situatie als bedreigend inschat, wordt het stresssysteem geactiveerd. Dat gebeurt razendsnel en grotendeels automatisch. Het lichaam moet zich voorbereiden om iets met die situatie te kunnen doen.
Een van de stoffen die daarbij vrijkomt, is adrenaline. Adrenaline zorgt er onder andere voor dat de hartslag omhooggaat, de ademhaling versnelt en er snel energie beschikbaar komt voor de spieren. Tegelijkertijd wordt je hond alerter op wat er om hem heen gebeurt. Zijn lijf wordt klaargemaakt voor actie.
Daarnaast speelt cortisol een rol in de stressrespons. Cortisol werkt minder direct dan adrenaline en helpt het lichaam onder andere om gedurende langere tijd voldoende energie beschikbaar te houden om met een belastende situatie om te kunnen gaan.
Dat hele systeem is ontzettend nuttig. Als het brein gevaar signaleert, heb je er weinig aan wanneer het lichaam besluit eerst eens rustig na te denken over de verschillende opties.
Alleen betekent het wel dat je hond tijdens zo’n uitvalreactie lichamelijk in een totaal andere toestand verkeert dan wanneer hij ontspannen naast je loopt.
Dit is niet het moment waarop ik meer gehoorzaamheid ga vragen
Dat is ook waarom ik bij uitvalgedrag niet alleen geïnteresseerd ben in de vraag hoe goed een hond luistert.
Een hond kan geleerd hebben om te zitten, naast je te lopen of naar je te kijken. Dat zijn prima vaardigheden om te hebben. Maar wanneer zijn brein inmiddels gevaar heeft gesignaleerd en zijn lichaam volop in actie komt, kun je niet verwachten dat een commando die hele lichamelijke reactie ineens ongedaan maakt.
Ik wil daarom veel eerder weten wat er gebeurt vóórdat een hond uitvalt. Misschien vertraagt hij, sluit hij zijn bek, gaat hij staren, wijkt hij uit of begint hij ineens nadrukkelijk te snuffelen. Dat zijn momenten waarop je vaak al kunt zien dat de spanning oploopt.
De uitbarsting is voorbij. Maar is je hond ook hersteld?
Hier zit voor mij een belangrijk deel van het verhaal.
De andere hond is verdwenen, jouw hond snuffelt weer wat en jullie lopen verder. Voor ons voelt het incident daarmee vaak als afgerond. Maar dat betekent niet automatisch dat het lichaam van je hond alweer terug is op het niveau van vóór die ontmoeting.
Na activatie van het stresssysteem heeft het lichaam tijd nodig om weer terug te keren naar een rustiger niveau. Hoe snel dat gebeurt, verschilt per hond en per situatie.
En dan wordt het interessant om naar de rest van de dag te kijken.
Komt je hond thuis en kan hij een paar uur ongestoord slapen? Of loopt hij achter je aan door het huis, reageert hij op geluiden buiten, blaft hij bij het raam en staat een paar uur later de volgende wandeling alweer op het programma?
Als herstel steeds wordt onderbroken en er ondertussen nieuwe prikkels bijkomen, kan een volgende situatie harder binnenkomen. Dan lijkt het misschien alsof je hond die dag ineens “erger” reageert, terwijl hij met minder ruimte aan die volgende situatie begon.
Daarom kijk ik bij uitvalgedrag ook naar thuis
Je kunt buiten ontzettend netjes trainen en toch weinig vooruitgang boeken wanneer een hond gedurende de rest van de dag nauwelijks herstelt.
Ik wil daarom weten hoeveel een hond slaapt, hoe rustig hij thuis daadwerkelijk is en hoeveel activiteiten er op een dag plaatsvinden. Gaat hij meerdere dagen per week naar een drukke opvang? Zijn er lange wandelingen? Veel contact met andere honden? Reageert hij thuis op alles wat langs het raam komt?
In mijn begeleiding werk ik daarom ook met aan-uitblokken. Na activiteit volgt bewust een periode waarin er niets van de hond wordt gevraagd en hij de mogelijkheid krijgt om te slapen en te herstellen. Zeker bij honden die zelf moeilijk rust pakken, vind ik dat een belangrijk onderdeel van de aanpak.
Je kunt namelijk wel blijven werken aan de volgende hondenpassage, maar als je hond iedere wandeling begint terwijl zijn systeem nog bezig is met alles wat daarvoor gebeurde, blijf je achter de feiten aanlopen.
En daarvoor moet je soms net zoveel aandacht besteden aan wat er ná een moeilijke wandeling gebeurt als aan wat je tijdens die wandeling traint.






Share: